aardbodem

mannelijk (de)/'ardbodəm/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. aardrijkskunde (aardrijkskunde) grond of bodem aan de oppervlakte van de aarde waarop de mensen, de dieren en de planten leven
    Niets dan beelden, niets dan een fotoserie met de titel 'Day After' of 'Au revoir', die illustreert hoe de mensheid alles een laatste keer desinfecteert voordat ze van de aardbodem verdwijnt.
    Hierin schreef hij over allerlei groeperingen die hij van de aardbodem wilde laten verdwijnen: de paupers en zuiplappen en 'crétinS en 'imbecielen'22 en 'idioten' en immorelen - ze werden allemaal op één hoop gegooid: de unfit.

Vertalingen

Engelsearth's surface, ground
Franssurface de la terre
DuitsErdboden
Spaanssuperficie de la tierra
Italiaanssuolo, terra, terreno