aardappelpootgoed
onzijdig (het)
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- aardappels die men in de grond stopt om ze te laten groeien tot een volwassen aardappelplantenVoor de Nederlandse boeren is vooral de toelating van aardappelpootgoed een opsteker. De export daarvan kwam vlak voor de sancties werden ingesteld, net goed op gang. LTO is blij dat die handel nu weer kan worden voortgezet.
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek