aardappelkoek

mannelijk (de)

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. koek gemaakt van aardappelmeel
    Wij, de huisgenoten, dienden het gekruide bier en de punch, de saffraankoek, de aardappelkoek, pasteitjes en peperkoek rond, zoals op Menfreya door vele generaties op Kerstmis was gedaan.