aanwinst

vrouwelijk (de)/ˈaɱwɪnst/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. iets nieuws dat erbij komt
    De nieuwe schilderijen van Rembrandt waren een hele aanwinst voor het Rijksmuseum.
    Ook binnen de NAVO is er enthousiasme voor de toetreding van beide landen. "Qua krijgsmacht wordt de NAVO zeker versterkt", zegt Sabine Mengelberg, universitair docent Internationale Veiligheidssamenwerking aan de Nederlandse Defensie Academie. "Finland is een democratisch land, een rijk land, met een sterke krijgsmacht. Dat is zeker een aanwinst voor de andere NAVO-landen."
    Op mallen en spanramen in de reservoirs staan zijn recente aanwinsten als gebroken klassieke beeldhouwwerken onder zeewater, groen uitgeslagen.
  2. wat aangewonnen wordt of is

Etymologie

* van aanwinnen

Vertalingen

Engelsacquisition
DuitsErwerb, Gewinn
Spaansadquisición
Italiaansacquisto