aanwaaien
/ˈaɱwajə(n)/
Betekenis
werkwoord
- (ov) erheen waaienDe wind waaide veel materiaal aanZe rook uitlaatgassen en etensgeuren, maar ook een frissere lucht, die waarschijnlijk kwam aanwaaien vanuit zee.
- (intr) zonder moeite in iemands bezit raken
Uitdrukkingen
- komen aanwaaien: onverwachts op bezoek komen
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek