aanwinning

vrouwelijk (de)

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. de keer dat men een nieuw stuk land maakt waar eerst water was
    Tot slot nog een opmerkelijke wens: het Nederlands grondgebied moet groeien. ,,Aanwinning van nieuw land is historisch de gangbare manier waarop Nederland een tekort aan grond voor de toekomst heeft opgelost.” Deze optie verdient een verkenning, vindt 50Plus.
  2. de keer dat men geld of iets anders in zijn bezit krijgt

Etymologie

* afleiding van