aanschouwing

vrouwelijk (de)/anˈsxɑuwɪŋ/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. het aandachtig waarnemen van iets
    Op het eerste gezicht zou je hiervan zeggen dat ik dat uit eigen aanschouwing weet.

Etymologie

* van aanschouwen .

Vertalingen

Spaanscontemplación