aanprijzer
mannelijk (de)/'anprɛɪzər/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- iemand die iets aanbeveeltBij de ingang lagen geroosterde sprinkhanen en gedroogde maden. Waakzaam liepen de meeste bezoekers eromheen. Sommige nieuwsgierigen waagden zich er wel aan. Smaakt als walnoot, zei de aanprijzer. Een snelle proefronde wees anders uit. De muffe, taaie en droge nasmaak was moeilijk weg te spoelen.
Etymologie
* van aanprijzen
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek