aanpassingsfactor

mannelijk (de)/ˈampɑsɪŋsˌfɑktɔr/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. factor waarmee een oude waarde vermenigvuldigd moet worden om een nieuwe waarde te krijgen
    Voor het berekenen van het nieuwe pensioen moet men het actuele pensioen vermenigvuldigen met een aanpassingsfactor van 1,03.