aanhef
mannelijk (de)/ˈanhɛf/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- begin (muziekstuk)
- begin (boek of gedicht)
- begin (van een rede)
- onderdeel van een brief waarin de schrijver de geadresseerde aanspreekt
Vertalingen
Engelsexordium, salutation
Fransappel
DuitsAnrede
Spaansentonamiento, entonación, comienzo
Italiaansintonazione, esordio
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek