aanheeft
/ˈanheft/
Betekenis
werkwoord
- (in een bijzin) tweede persoon (alleen U) en derde persoon enkelvoud van aanhebben... dat hij, zij, het aanheeft.... dat u aanheeft.Ze heeft opvallend mooie borsten. Klein, maar stevig. Een beetje breed. Nauwelijks aangetast door de tijd. Het was me niet eerder opgevallen door de wijde T-shirts die ze meestal aanheeft.
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek