aanhaken

/ˈanhakə(n)/

Betekenis

werkwoord
  1. ov (ov) met een haak vastmaken
  2. intr, sport (intr) (sport) aansluiting vinden, bv. bij een groep renners

Uitdrukkingen

  • aanhaken bij: doorgaan op

Vertalingen

Fransaccrocher
Duitsanhängen
Spaansenganchar