aanbranden

/ˈambrɑndə(n)/

Betekenis

werkwoord
  1. intr, kookkunst (intr), (kookkunst) vastzitten in of met een verbrande korst
    Als je de aardappels laat aanbranden is het veel werk de pan schoon te maken.
    Het eten was aangebrand en de hond had zijn behoefte op de nieuwe pers gedaan.
  2. ov, bouwkunde (ov) (bouwkunde) (van een muur- of grondvlak) met een dunne laag mortel bestrijken om nieuwe lagen beter te doen hechten

Uitdrukkingen

  • Gauw aangebrand zijngauw geïrriteerd/ prikkelbaar zijn

Vertalingen

Engelsburn, stick to the pan
Franscramer
Spaanspegarse, quemarse
Italiaansabbraciacchiarsi
Deensbrænde på