aanboren

/ˈamborə(n)/

Betekenis

werkwoord
  1. ov (ov) met een boor bereiken
    Om de druk op de oliemarkt enigszins te verlichten boorde een het oliebedrijf een nieuwe oliebron aan.
  2. ov (ov) een voorraad gaan gebruiken
    Nu ze vijf dagen ingesneeuwd zaten, moesten ze hun voorraad soep uit een pakje aanboren.

Vertalingen

Duitsanbohren
Spaansalumbrar