aanbodverhouding

vrouwelijk (de)/ˈambɔtfərˌhɑudɪŋ/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. wat de verkoper kan bieden t.o.v. wat de vrager wil kopen in een marktrelatie
    Voorzitter van de raad van bestuur van DSM, ir. S.D. de Bree, stelde vanochtend dat er in het eerste kwartaal een positieve ontwikkeling is waargenomen in de markten voor kunststoffen, nadat de prijzen in het laatste kwartaal van het vorig jaar tot een zeer laag niveau waren gedaald. “De huidige hogere prijzen zijn een betere weerspiegeling van de gezonde vraag en aanbodverhouding”.NRC 2 mei 1996