aanbod

onzijdig (het)/ˈambɔt/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. een aanbieding
    Een aanbod van een bepaalde dienst.
    Maar wij kunnen echt niet op jullie aanbod ingaan, hoe lullig ik het ook vind.
    Ik vermoedde dat het een aanbod was voor een nieuwe betrekking die beter bij haar verwachtingen paste dan lesgeven aan een meisje in een cottage - ook al had het de benaming van een huis - en werken voor iemand met de pretenties van een lady, zonder de middelen te bezitten om daarop aanspraak te kunnen maken.
  2. economie (economie) het voorradig zijn
    Het aanbod aan koopwoningen.
    Er is een groot aanbod van inburgeringscursussen.
  3. economie (economie) het geheel aan beschikbare goederen en diensten op micro-economisch niveau
    De wet van vraag en aanbod.
  4. het aangebodene
    Het aanbod is een levenslang abonnement.
  5. voorstel, poging tot compromis
    De examinator deed het aanbod om in plaats van een hertentamen te maken een paper te schrijven over de verplichte literatuur.

Etymologie

* van aanbieden

Uitdrukkingen

  • Een aanbod dat de persoon die het aanbod accepteert tot niets verplicht.
  • "aanbod" heeft geen meervouds- en verkleinvormen, in plaats daarvan worden de vormen van "aanbieding" gebezigd.

Vertalingen

Engelsoffer
Fransoffre, proposition
DuitsAngebot
Spaansofrecimiento, oferta, proposición
Italiaansofferta
Portugeesfornecimento
Russischпредложение
Turksteklif, öneri, sunum
Poolsoferta
Zweedsleverans, erbjudande
Deensudbud