aanbieding

vrouwelijk (de)/'anbidɪŋ/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. handel (handel) iets voordelig te koop aanbieden
    De winkel stond vol met verschillende aanbiedingen om de klanten naar binnen te lokken.
    Als je iets gedurende een korte tijd kunt kopen voor een lagere prijs is het een aanbieding.
    Over hoe ik ooit op mijn kop had gekregen omdat ik bij het boodschappen doen niet de aardbeienyoghurtdrink had gekozen die in de aanbieding was, maar die van het A-merk.
  2. het aanbieden
    Ik kan u geen betere aanbieding doen dan ik al gedaan heb.
    Mijn eigen professor zoekt op internet naar de beste aanbiedingen.
  3. uitnodiging voor een betrekking
    Een aanbieding voor een film of toneelstuk zou niet alleen een boost zijn voor mijn ego, maar ook voor mijn lege bankrekening.

Etymologie

* van aanbieden

Uitdrukkingen

  • in de aanbiedingtijdelijk goedkoop
  • De voor "aanbieding" genoemde meervouds- en verkleinvormen worden ook gebezigd voor "aanbod" dat slechts in het enkelvoud voorkomt.

Vertalingen

Engelsoffer
Fransoffre, promotion
DuitsAnerbieten, Vorschlag, Angebot
Spaansoferta, presentación
Italiaansofferta
Zweedsoffert