aanblijven
/ˈamblɛivə(n)/
Betekenis
werkwoord
- (erga) in dezelfde functie blijvenNadat het schandaal bekend werd kon de directeur niet langer aanblijven.Johnson treedt ook per direct af als partijleider van de Conseratieve Partij. Vorige maand overleefde hij nog een vertrouwensstemming, toen een meerderheid van zijn partijgenoten vond dat hij kon aanblijven. Nu tientallen leden van zijn kabinet zijn opgestapt, treedt Johnson alsnog terug.
- (erga) blijven brandenHet vuur bleef tot diep in de nacht aan.
Vertalingen
Engelsstay on
Fransrester en place
Duitsim Amt verbleiben
Spaansseguir, permanecer encendido
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek