aanblazen
/ˈamblɑzə(n)/
Betekenis
werkwoord
- (ov) (van een vuur of een oven) aanwakkeren, door erop te blazen of door lucht aan te voerenDe smeltovens worden aangeblazen met hete lucht.
- (ov) (muziek) (van een blaasinstrument) doen klinken, door er op de juiste manier in te blazenHet aanblazen van een dwarsfluit is bepaald niet eenvoudig.
Vertalingen
Spaanssoplar, avivar, aspirar
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek