aanbidster
vrouwelijk (de)/amˈbɪtstər/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (religie) vereerster van een goddelijk of heilig wezenDe vrome aanbidster van de heilige maagd Maria bad iedere dag een weesgegroetje
- een vrouwelijk verliefd persoon, die een ander het hof maaktDe rijke vrijgezel had vele aanbidsters, maar wilde niets van ze weten.
Etymologie
* van aanbidden
Vertalingen
Engelsworshipper, adorer
Fransadoratrice, admiratrice
Spaansadoradora, admiradora, adoradora
Deenstilbeder
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek