aanbellen
/ˈambɛlə(n)/
Betekenis
werkwoord
- bij iemand (aan de deur) bellen, op de knop van de elektrische deurbel van een huis drukkenNog voor ze kunnen aanbellen, zwaait de deur open.Als je wilt dat iemand de voordeur voor je openmaakt moet je aanbellen.
- aan de deurbel trekken om die te laten rinkelenNog voor ze kunnen aanbellen, zwaait de deur open.Als je wilt dat iemand de voordeur voor je openmaakt moet je aanbellen.
Vertalingen
Engelsring
Duitsklingeln
Spaansllamar
Italiaanssonare all'uscio
Poolszadzwonic
Deensringe på
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek