woorden
boek
Start
›
A
›
aanbeet
aanbeet
mannelijk (de)
/ˈambet/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
het bijten van de vis in het aas
Verwante woorden
aanbad
aanbaden
aanbak
aanbakken
aanbaksel
aanbaksels
aanbakt
aanbakte
aanbeden
aanbedene
aanbedenen
aanbeeld
Bron:
OpenTaal
&
WikiWoordenboek
← aanbeen
aanbehoort →