Schild

onzijdig (het)/sxɪlt/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. militair (militair) een voorwerp dat als afweer tegen de aanval van de vijand voor zich gehouden wordt
    De krijgers sloegen met hun speren op hun schilden om zichzelf moed en de vijand schrik in te boezemen.
  2. dierkunde (dierkunde) harde buitenkant die de rest van het lichaam van sommige dieren beschermt
    Schildpadden hebben een schild.
  3. bord met een opschrift

Etymologie

* In de betekenis van ‘verdedigingswapen, plaat’ voor het eerst aangetroffen in 1100

Uitdrukkingen

  • Iets in zijn schild voerenIets stiekems van plan zijn
  • Op het schild hijsenOphemelen

Vertalingen

Engelscarapace, protection, shell
DuitsSchild
Spaanscaparazón, escudo, mantelete
Russischщит, щит