Oranjeboom
mannelijk (de)/oˈrɑɲəˌbom/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (plantkunde) boom van de soort (gewone sinaasappelboom), met goudgele vruchten
- (plantkunde) boom van de soort (bittere sinaasappel), met meer oranje vruchten
Vertalingen
Engelsorange-tree, orange-tree
Spaansnaranjo, naranjero agrio, naranjo amargo
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek