Mars

mannelijk/vrouwelijk (de)/mɑrs/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. militair (militair) regelmatige manier van lopen met afgemeten passen, vooral gebruikt door soldaten en bij plechtigheden.
  2. een wandeltocht.
  3. een mand of bak die op de rug gedragen wordt.
  4. scheepvaart (scheepvaart) het halfronde platform aan de top van het onderste deel van de mast van een zeilschip.
tussenwerpsel
  1. militair commando: voorwaarts!, weg!

Etymologie

* Leenwoord uit het Latijn, in de betekenis van ‘korf van marskramer’ voor het eerst aangetroffen in 1350

Uitdrukkingen

  • Veel kunnen.
  • Niet veel weten.
  • in zijn mars hebben

Vertalingen

Engelsmarch, march, walk
DuitsMarsch, Wanderung, Kiepe
Russischмарш, марш, поход