Marathon
mannelijk (de)/ˈmaraˌtɔn/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (sport) een hardloopwedstrijd over 42,195 kilometer lengteHij heeft de marathon gewonnen.Na South Lake Tahoe ging de knop om en liep ik direct vier dagen achter elkaar een marathon van 42 kilometer per dag.
- overdrachtelijk iets dat bijzonder lang volgehouden wordtDat overleg zal wel weer een marathon tot in de kleine uurtjes gaan worden.
Etymologie
*van het Griekse plaatsje
Vertalingen
Engelsmarathon
Fransmarathon
Spaansmaratón
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek