maraboe
mannelijk (de)/ˈmaraˌbu/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (ooievaarachtigen) benaming voor vogels uit het geslacht uit de familie van de ooievaars , voorkomend in in Azië en Afrika
- kluizenaar in Noordwest-Afrika
Etymologie
*van "marabout", in de betekenis van ‘reigerachtige’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1847
Vertalingen
Fransmarabout
Spaansmarabú
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek