maraboet

mannelijk (de)/ˈmaraˌbut/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. religie (religie) (islam) geestelijk leidsman in Noordwest-Afrika; kan betrekking hebben op een aalmoezenier, een geestelijk leider van een gemeenschap, een geleerde, een leraar of een kluizenaar

Etymologie

*via "marabout" van (murābiṭ)