Maan
mannelijk/vrouwelijk (de)/man/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (astronomie) met "de" maan wordt de natuurlijke satelliet bedoeld, die in een baan rond de aarde draaitIk klauter over de rotsblokken, tot ik op het hoogste punt kom, waar de halve maan zijn blauwe schijnsel over het volgende dal legt.Die nacht was het volle maan, zó fel dat ik bijna een krant zou kunnen lezen.
- (astronomie) een satelliet die in een baan rond een planeet draait
- oud gebruik waarbij voorafgaand aan de huwelijkssluiting tot het bruidspaar een wens gericht wordt
Etymologie
* [3] Herkomst: Jiddisj
Uitdrukkingen
- Als de maan vol is, schijnt zij overal — Stoett-1453 [http://www.dbnl.org/tekst/stoe002nede01_01 www.dbnl.org]
- Naar de maan lopen — hou op met zeuren en ga weg
- Naar de maan zijn — voorbij zijn
- Tegen de maan blaffen — iets doen wat totaal niet helpt
Vertalingen
Engelsmoon
Franslune
DuitsMond
Spaansluna
Italiaansluna
Russischлуна, месяц
Japans月, つき, tsuki
Arabischقَمْر
Turksay
Poolsksiężyc
Zweedsmåne
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek