Maan

mannelijk/vrouwelijk (de)/man/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. astronomie (astronomie) met "de" maan wordt de natuurlijke satelliet bedoeld, die in een baan rond de aarde draait
    Ik klauter over de rotsblokken, tot ik op het hoogste punt kom, waar de halve maan zijn blauwe schijnsel over het volgende dal legt.
    Die nacht was het volle maan, zó fel dat ik bijna een krant zou kunnen lezen.
  2. astronomie (astronomie) een satelliet die in een baan rond een planeet draait
  3. oud gebruik waarbij voorafgaand aan de huwelijkssluiting tot het bruidspaar een wens gericht wordt

Etymologie

* [3] Herkomst: Jiddisj

Uitdrukkingen

  • Als de maan vol is, schijnt zij overalStoett-1453 [http://www.dbnl.org/tekst/stoe002nede01_01 www.dbnl.org]
  • Naar de maan lopenhou op met zeuren en ga weg
  • Naar de maan zijnvoorbij zijn
  • Tegen de maan blaffeniets doen wat totaal niet helpt

Vertalingen

Engelsmoon
Franslune
DuitsMond
Spaansluna
Italiaansluna
Russischлуна, месяц
Japans月, つき, tsuki
Arabischقَمْر
Turksay
Poolsksiężyc
Zweedsmåne