Kreek
mannelijk/vrouwelijk (de)/krek/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- een kleine beschermde inhamDe rustige wateren in de kreek zijn ideaal voor een variëteit aan watersporten.
- een smal stilstaand water, vooral naar een dijkdoorbraakNa dichting van het gat in de dijk blijft de kreek over.
- een kleine, door de natuur gevormde zeearmWanneer een inham doordringt tot ver in het land wordt ook wel gesproken van een kreek.
- een kleine watergeul; vaak zijarm van een rivier(tje)Er ontstonden diepe watergeulen die na het dijkherstel als kreken in het landschap achterbleven.
- een smal vaarwater tussen ondiepten of eilandenDit was vroeger een strategische plek, men kon zien welke schepen de kreek binnenvoeren.
Etymologie
* In de betekenis van ‘smal water’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 976
Vertalingen
DuitsBucht, Kriek, Binnensee
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek