Geul

mannelijk/vrouwelijk (de)/xøl/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. een lange en smalle verlaging in de grond waar water door kan stromen
    Hij probeerde te ontsnappen via een weiland, maar bleef steken in een geul.
    Langs de IJssel tussen Veessen en Wapenveld wordt een geul gegraven om de IJssel bij extreem hoogwater meer ruimte te geven.de Telegraaf 25 nov. 2014 [https://www.telegraaf.nl/nieuws/883658/prehistorische-boerderij-langs-i-jsseldijk Prehistorische boerderij langs IJsseldijk ]
  2. een lange en smalle verlaging in de bodem van een rivier
    De geul naar Rotterdam is zo smal dat de loodsen de hulp van een draagbaar navigatiesysteem goed kunnen gebruiken.
  3. een kleine uitholling ontstaan door erosie of de eroderende werking van water
    Bij sneeuw en gletsjers wordt de geul waardoor de massa zich baant door de druk van het ijs verdiept en verbreed en het losgewerkte materiaal in en onder het ijs verplaatst.
  4. een verdieping tussen de zandbanken in het wad
    Je zakt soms tot je knieën weg in het slik en af en toe moet je door een geul waden en komt het water tot je middel.
  5. een aanleg van ondergrondseinfrastructuur zoals kabels en leidingen
    Er wordt een geul gegraven van ongeveer 30 cm diep dwars door de tuin. Deze is voor de leidingen in de badkamer.

Etymologie

* In de betekenis van ‘smal water’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 908

Vertalingen

DuitsRinne, Fahrrinne, Ausfurchung