fjord
/fjɔrt/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (aardrijkskunde), (scheepvaart) een bepaald type van inham in een bergachtige kust, gekenmerkt door steile wanden die door gletsjerwerking zijn uitgesleten
Etymologie
*Het woord fjord is afkomstig uit het Oudnoors fjörðr, van Noord-Germaans ferthuz, van Proto-Indo-Europees prtus, van *por- 'gaan, doorgang'. Het woord is dus etymologisch verbonden met woorden als het Engelse firth (in 'Firth of Forth') en, meer verwijderd, ford (in 'Oxford'), het Duitse furt (in 'Frankfurt') en het Nederlandse voorde (in 'Amersfoort'), waarin het 'doorwaadbare plaats in een rivier' betekent.
Vertalingen
Engelsfjord
Fransfjord
DuitsFjord
Spaansfiordo
Italiaansfiordo
Portugeesfiorde
Poolsfiord
Zweedsfjord
Deensfjord
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek