Fleur

mannelijk/vrouwelijk (de)/flør/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. florerende toestand
  2. figuurlijk (figuurlijk) opgewekte, positieve stemming of uitstraling
zelfstandig naamwoord
  1. sport (sport) (hengelsport) lijn met aan de ene kant dobber, haakje en aas die aan de andere kant opgerold om een klosje aan het topje van de hengel is vastgemaakt, zodat de lijn eerst afrolt en dus wat meegeeft als een snoek in het aas bijt

Etymologie

*van "fleur"; (het is onzeker of dit ook de herkomst van de term uit de hengelsport is)

Vertalingen

Engelsairiness