Dominicaan
mannelijk (de)/ˌdominiˈkan/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- kloosterling van de orde van Sint-Dominicusde dominicanen stelden de inquisitie in en waren door de eeuwen heen de ergste kettervervolgers
Etymologie
*afgeleid van Dominicus
Vertalingen
Engelsdominican
Fransdominicain
Spaansdominico, dominicano
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek