Dominicaan

mannelijk (de)/ˌdominiˈkan/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. kloosterling van de orde van Sint-Dominicus
    de dominicanen stelden de inquisitie in en waren door de eeuwen heen de ergste kettervervolgers

Etymologie

*afgeleid van Dominicus

Vertalingen

Engelsdominican
Fransdominicain
Spaansdominico, dominicano