domiciliëring
vrouwelijk (de)/domisili'jerɪŋ/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- het kiezen van een (wettelijke) verblijfplaats of domicilie in principe het adres, zoals opgegeven bij de burgerlijke stand
- automatische overschrijving van geldbedragen door de bank laten verrichten
Etymologie
* van domiciliëren
Vertalingen
DuitsDauerauftrag
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek