domiciliëring

vrouwelijk (de)/domisili'jerɪŋ/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. het kiezen van een (wettelijke) verblijfplaats of domicilie in principe het adres, zoals opgegeven bij de burgerlijke stand
  2. automatische overschrijving van geldbedragen door de bank laten verrichten

Etymologie

* van domiciliëren

Vertalingen

DuitsDauerauftrag