domicilie

onzijdig (het)/ˌdomiˈsili/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. officiële adres waar men woont
    Blijft over de van oudsher dubbele, Brits-Nederlandse, structuur van het bedrijf. Een nu gewenste versimpeling daarvan betekent dat er voor één domicilie moet worden gekozen. Dat daarbij kennelijk automatisch aan Londen wordt gedacht, in plaats van Rotterdam, is onlogisch - margarine of niet. Dit proces verdient veel meer aandacht en overweging.Niet in de laatste plaats omdat het hoofdkantoor na de Brexit toch beter in de Europese Unie kan staan, dan daarbuiten.NRC 9 april 2017
    Bij 50Plus weinig experimenten. Morgen heeft de partij een algemene vergadering in Hilversum, net als altijd. Wel zo praktisch voor Jan Nagel, de partijpatriarch die er domicilie houdt. Volkskrant Frank Hendrickx 7 oktober 2016,

Etymologie

*uit het Latijn

Vertalingen

Engelslegal domicile