Beieren

/xxxx/

Betekenis

werkwoord
  1. luid luiden van een of meer klokken
    Toen begonnen de klokken van de Gedächtniskirche te beieren. „Gaan die altijd zo hard?, vroeg ik die vrouw. Ja, dat was zo, want er begon een dienst. Daar ben ik toen naartoe gegaan.” De vrachtwagen miste hem daardoor. NRC Frank Vermeulen 20 december 2016

Etymologie

*klanknabootsing van het luiden van klokken