Aarden
/xxxx/
Betekenis
werkwoord
- (intr) ergens ~ zich thuis voelen, wennen, gewoon wordenVolgens haar dossier aardde Josta goed bij haar nieuwe ouders.
- de aard hebben vanVolgens mij aardt ze naar haar moeder.Het was een pienter kereltje, vriendelijk in zijn optreden; hij aardde beslist niet naar een van zijn ouders.
- wennen
- (ov), (elektrotechniek) iets ~ Een elektrisch toestel of circuit met de aarde verbinden
- (intr) ~ naar: in aard overeenkomen
Etymologie
#van aardewerk gemaakt
Vertalingen
Engelsearthen, earthenware, feel
Fransde terre, en terre, se plaire
Duitsirden, aus Erde, sich eingewöhnen
Spaansde tierra, echar, acostumbrarse
Portugeesacostumar
Poolsuziemić
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek