Aam

onzijdig (het)/am/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. oude vochtmaat, met name voor wijn
    1=In Amsterdam gold: 1 aam = 4 ankers = 64 stopen = 155,223 liter.
  2. een vat met ongeveer de inhoud van 1 aam

Etymologie

* Oude ontlening als term uit de wijnbouw aan Latijn (h)ama ‘vuuremmer’ (later ook ‘wijnvat’) < Grieks ámē ‘emmer’, van onzekere verdere herkomst.

Vertalingen

Engelsaum