aambeien

/ˈambɛijə(n)/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. medisch (medisch) knobbelachtige zwelling van aders in het onderste deel van de endeldarm en in de anus (benaming voor de aandoening)
    Aambeien plaagden hem.
    Ik gebruik het graag, dat vochtige wc-papier. Dat komt zo: mijn kak was verleden jaar een tijd nogal hard. Daardoor kreeg ik last van aambeien.
    Aambeien is de meest voorkomende anale aandoening in Nederland.

Vertalingen

Engelshaemorrhoids, piles
Franshémorroïdes
DuitsHämorrhoiden
Spaanshemorroides
Italiaansemorroidi
Portugeeshemorróidas
Turksbasur
Poolsżylaki
Zweedshemorrojder
Deenshæmorider, hæmorroide