zwijnen
/ˈzwɛinə(n)/
Betekenis
werkwoord
- (inerg) onverdiend geluk hebbenJe hebt gewoon gezwijnd bij dat tentamen!
- (verouderd) een onzedelijk leven leiden
- (verouderd) verdwijnen
- (verouderd) verminderen, afnemen
Etymologie
* Leenwoord uit het Duits, in de betekenis van ‘boffen’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1899
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek