zwervelinge

vrouwelijk (de)

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. iemand die zwerft
    En dan gebeurde het vaak, dat een of andere leergierige monnik, gissende wie de onbekende was, eerbiedig nader trad en vergunning verzocht om een der gedichten te mogen overschrijven, die de arme zwervelinge in haar mandje mede droeg.[http://books.google.nl/books?id=4G3pAAAAMAAJ&pg=PA297 De Aarde en haar volken, deel 3, p. 297]. Uitg.: A.C. Krusemen 1867.

Etymologie

* Afgeleid van het werkwoord zwerven