zwemles

mannelijk/vrouwelijk (de)/xxxx/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. sport, onderwijs (sport), (onderwijs) gelegenheid waarbij iemand beroepsmatig anderen leert zwemmen
    De zwemles begon om drie uur 's middags.
    Ik herinnerde me lange, warme dagen, waarop we met de boot de lagune oproeiden en zo'n beetje zwemles kregen van Antonio Farfalla, die voor zijn inspanningen beloond werd met een stukje beeldhouwwerk uit mijn vaders studio.