zwembroek
mannelijk/vrouwelijk (de)/ˈzwɛmbruk/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (kleding) (sport) kledingstuk voor mannen dat gebruikt wordt om in te zwemmenDe badgast banjert in zijn zwembroek over de boulevard.Mijn moeder en vader stonden in badkleding bij de steiger en glimlachten naar de camera, zij in een tweedelig badpak, dus geen bikini, hij in zo'n strakke zwembroek.
Vertalingen
Engelsbathing trunks, swimming trunks
Fransmaillot de bain
DuitsBadehose
Spaansbañador
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek