zwartrijder

mannelijk (de)/xxxx/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. iemand die zwartrijdt, iemand die van het openbaar vervoer gebruikmaakt zonder te betalen
    Hij is een gewiekste zwartrijder.
    Mijn vader reed als zwartrijder met hem mee.
  2. iemand die nalaat wegenbelasting te betalen
    Bij een grootscheepse controle werd de zwartrijder aangehouden.

Etymologie

* van zwartrijden

Vertalingen

Engelsfare dodger, fare-dodger, road tax dodger
DuitsSchwarzfahrer