zwarigheid

vrouwelijk (de)

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. moeilijkheid, moeite
  2. gewetensbezwaardheid, wroeging
    Maar misschien zal iemand van u zeggen: „Dit is ook de weg die ik door Gods genade moet inslaan. Zonder die zou ik niet kunnen leven. Maar wanneer ik na die geloofsoefening mijn verdorvenheid weer gevoel, dan bekruipt mij direct die zwarigheid of zonde.

Etymologie

* afleiding van zwarig