zwalkend
/ˈzʋɑl.kənt/
Betekenis
werkwoord
- (scheepvaart) ronddolend, zich doelloos op zee voortbewegend, ronddobberend (op een schip)
- (figuurlijk) doelloos, zonder vooropgezet plan voortgaand, voortbewegendEen halve eeuw zwalkend drugsbeleid in Nederland gaf ruimte aan een nieuwe generatie cocaïnebaronnen. Hoe kon Taghi zó groot worden?Bij het Jesse-bashen, noteert Ton den Boom in zijn taalrubriek in Trouw, vielen nogal wat woorden uit het zelfde woordveld: 'gedraai', zwalkend optreden', 'onverwachte wending', 'draai', 'gezwabber'. Klaver werd, kortom, wispelturig gevonden. En: 'Wie wispelturig heet te zijn, is niet geschikt als bedrijfspoedel van Rutte.'
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek