zondigheid

vrouwelijk (de)

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. het zondig zijn; de mate waarin men zondig is; de zondige aard
    Door het CDA officieel tot de meest geschikte roeptoeter van het christelijk gedachtegoed in De Wereld Draait Door gebombardeerd. Daar helpt ook een beetje zondigheid. HP de Tijd BERT VAN DER VEER 31 DEC 2010 [https://www.hpdetijd.nl/2010-12-31/de-60-beste-talkshow-gasten-van-2010/ De 60 beste talkshow gasten van 2010]
    In de goed voorziene bibliotheek van Accrington las ze systematisch de afdeling English Literature A-Z. Op haar elfde begon ze bij de A, op haar zestiende was ze bij de N aangeland. Het moest allemaal stiekem gebeuren, want haar moeder had lezen verboden wegens zondigheid. HP de Tijd BEATRIJSRITSEMA 11 JAN 2013 [https://www.hpdetijd.nl/2013-01-11/het-boek-als-excentriek-gadget-wordt-voor-de-happy-few/ Het boek als excentriek gadget voor de happy few]

Etymologie

* afleiding van zondig

Vertalingen

Engelssinfulness