ondeugd

mannelijk/vrouwelijk (de)/'ɔndøxt/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. slechte gewoonte of handeling
    Een gat in de hand is een ondeugd waar velen mee worstelen.
  2. spottend (spottend) iemand - vaak een jonge persoon - die kattenkwaad uithaalt
    Die ondeugd heeft het wachtwoord van m'n PC gewijzigd!

Etymologie

*antoniem van deugd

Vertalingen

Engelsvice, rascal
DuitsUntugend