zondigen
/zɔndəɣə(n)/
Betekenis
werkwoord
- (inerg), (religie) het overtreden van een religieuze wetKoning Achab zondigde tegen de Heer met zijn afgodendienst.
Etymologie
*Afgeleid van zonde
Vertalingen
Engelssin
Franspécher
Duitssündigen
Spaanspecar
Poolsgrzeszyć
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek